Waarom deze economie nooit groen kan worden

Heel vaak hoor ik dat we over moeten gaan op een groene economie. Wat dat is, en hoe dat werkt, dat weet niemand. Of althans, bijna niemand.

Eerst moeten we weten wat er mis is met het huidige systeem om na te kunnen denken over wat een groene economie zou kunnen inhouden. Economie en cultuur zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, dus die lopen in de definities door elkaar heen.

Kenmerken van een grijze economie

  • Door middel van rente stroomt het geld altijd van arm naar rijk. Het verschil tussen arm en rijk wordt daardoor steeds groter. Geld dat wordt verdiend met ‘groene activiteiten’ komt derhalve ook bij de elite uit.
  • De economie is gebaseerd op industrie. Industrie is per definitie gebaseerd op het gebruik van natuurlijke bronnen. Deze zijn meestal niet hernieuwbaar, en als ze wel hernieuwbaar zijn worden ze vaak sneller onttrokken dan ze kunnen regenereren. Vissen zou bijvoorbeeld heel duurzaam kunnen maar nu wordt er overbevist (met enorme bijvangst) waardoor de mariene ecosystemen instorten.
  • Hij is gebaseerd op groei (dit is nodig om de rente te kunnen terugbetalen). Omdat groei van de economie gelijkstaat aan vernietiging, en groene groei ook voordelig is voor de grijze economie, neemt de vernietiging ook toe. Deze groei is bovendien exponentieel.
  • Hij promoot het produceren van goederen. De kwaliteit maakt niet uit, als het maar verkoopt. Zo wordt de markt overspoeld met 2e-rangs rommel die al snel weer de vuilnisbak in gaat.
  • Hij is gebaseerd op concurrentie. Dit nodigt uit tot uitbuiting en egoïsme in plaats van samenwerking.
  • Deze uitbuiting zien we overal: (loon)slaven, vernietiging van ecosystemen en gemeenschappen, onderdrukking, volkerenmoorden, oorlogen. Het is mogelijk om geld te verdienen aan droogte, de ineenstorting van monetaire stelsels, een tekort aan graan, oorlogen – hoe slecht iets ook is, iemand verdient er geld mee door middel van speculatie. Dit zijn geen incidenten, dit hoort allemaal bij het systeem.
  • Hij is gebaseerd op goedkope, overvloedige hoeveelheden fossiele brandstoffen. Dit maakt oorlog een intrinsiek onderdeel van dit type economie. Nu olie steeds moeilijker te verkrijgen is, neemt de ecologische schade door bijvoorbeeld fracking en teerzanden enorm toe.
  • Hij is niet veerkrachtig. Dit komt onder andere doordat het niet bestand is tegen schommelingen in olieprijzen (en andere grondstoffen zoals koper) en demografie.
  • Hij is niet transparant: door globalisatie is de vernietiging van het regenwoud voor bijvoorbeeld je parasol of je lapje vlees niet zichtbaar en niet direct voelbaar.
  • Hij is gebaseerd op fantoomdraagkracht. Industriële landbouw kan op zijn piek misschien 7 miljard of meer mensen voeden, maar omdat het gebruik maakt van eindige grondstoffen zal deze draagkracht in de toekomst afnemen in plaats van toenemen en dan schieten er mensen over. En overschieten is in dit geval een eufemisme voor doodgaan: het huidige landbouw”beleid” is massamoord.
  • Winst is geen middel maar een doel geworden.
  • Veroudering in al zijn verschijningsvormen is er een belangrijk -en schadelijk- onderdeel van.
  • Hij is opzettelijk ingewikkeld.
  • Met kredieten worden loonslaven gecreëerd.
  • Hij beloont grote multinationale bedrijven en maakt kleine bedrijfjes en gemeenschappen kapot.
  • Hij is gebaseerd op kortetermijndenken.

Het probleem is natuurlijk dat niemand toe wil geven dat de westerse levensstijl niet vol te houden zou zijn. Als we maar een paar kleine aanpassinkjes doen, dan kan het wel. Ik hoor vaak: “niemand wil terug naar de jaren ’50″. Het probleem is dat als we de Aarde zo blijven uitbuiten dat we teruggaan naar het stenen tijdperk, tenzij we compleet veranderen. Alhoewel dat nog een gunstig scenario zou zijn: we zijn op weg de Aarde volledig onbewoonbaar te maken. Zeker als we kernenergie niet afschaffen en een oplossing vinden voor al dat radioactieve afval.

Kenmerken van een groene economie

Maar goed, een groene economie moet dus een aantal kenmerken hebben die het huidige systeem mist, en een aantal kenmerken missen die het huidige wel heeft.

  • Alle eerste levensbehoeften (voedsel, water, huisvesting, gezondheid) moeten duurzaam zijn (oftewel eeuwig door kunnen gaan). Met andere woorden: het gebruik van fossiele brandstoffen is logischerwijs niet vol te houden en hoe langer we er toch mee doorgaan hoe meer mensen er overschieten. Deze eerste levensbehoeften vallen echter buiten de economie.
  • Doordat de eerste levensbehoeften buiten de economie vallen, worden deze direct door de lokale bevolking gedragen. Een boer hoeft geen schulden te hebben en heeft de armslag om te experimenteren. Een arts krijgt geen reclame van farmaceutische bedrijven.
  • Een groene economie is een hergebruik-economie, die zijn grondstoffen zoveel mogelijk uit de resten van de wegwerpcultuur haalt. Hernieuwbare grondstoffen kunnen wel gebruikt worden, maar dan moet de snelheid van extractie lager zijn dan de hernieuwingssnelheid. Deze snelheid neemt af naarmate er meer geëxtraheerd wordt en moet dus goed beheerd zijn, of er moet gezorgd worden voor overvloed.
  • De bodem, een vruchtbare bodem, is de letterlijke basis van de samenleving en dus ook van een groene economie.
  • De bodem mag niet verder bedekt worden, dus de bouw moet volledig worden stilgelegt. Alleen ecologische her- of verbouw is nog toegestaan. We hebben nu al veel meer gebouwen dan we nodig hebben voor een krimpende bevolking/economie.
  • Een groene economie is gebaseerd op coöperatie, solidariteitkennis, creativiteit en vakmanschap. Er is geen elite.
  • In een groene economie wordt duurzaam gedrag beloond; zo sterk dat milieuvervuilers het zeer zwaar gaan krijgen.
  • In de huidige economie maak je miljoenen producten die een beperkte levensduur hebben en veel gifstoffen bevatten, in een groene economie maak je alleen dingen die echt nodig zijn, te repareren zijn, gezond zijn en van hoge kwaliteit.
  • In een groene economie is geen mode: vormgeving verandert wel, maar over de jaren. Er is geen smaakpolitie die zegt dat iets niet meer kan.
  • Mobiliteit wordt een ander verhaal: de auto zal niet meteen verdwijnen, maar er zullen minder lege zitplaatsen over de weg rijden. Bovendien zullen mensen dichter bij hun werk wonen, in de regel op fietsafstand. Energieschaarste is een voorwaarde: als er veel goedkope energie is, is uitbuiting van de Aarde onbeperkt.
  • Waterconservering krijgt topprioriteit. Voorbeeld: de eerste 10 kuub is gratis, daarna nemen de kosten toe naarmate je meer verbruikt. Of: iedereen zuivert zijn eigen afvalwater. Het gebruik van fossiel water (uit aquifers) is verboden.
  • Een groene economie is aanbodgestuurd, niet vraaggestuurd. Als er op een weide één koe duurzaam kan lopen, dan loopt er één koe.
  • Er is geen reclame, geen rente, geen geplande veroudering, er zijn geen schulden, subsidies of moeilijke financiële constructies. Het is simpel.
  • Lokale munten maken gemeenschappen.
  • Er is geen groei. Een groene economie kan incidenteel wel eens groeien, maar net zo goed krimpen zonder dat dit ernstige gevolgen heeft. Er is balans.
  • Er is geen inflatie, omdat het gebaseerd is op tijd: onze belangrijkste hulpbron. Als je waarde gaat toekennen aan natuurlijke hulpbronnen dan krijg je een herhaling van de plundering die nu gaande is.
  • Er is verbinding. Tussen mensen, maar ook met de natuur.
  • Er is geen armoede. Armoede wordt gecreëerd, het is niet noodzakelijk. Er is derhalve ook geen rijkdom (in de materiële zin des woords).
  • Het is gebaseerd op langetermijndenken.

Het is moeilijk overeenkomsten te vinden tussen en grijze en een groene economie. Het lijkt mij dan ook sterk dat deze economie ooit groen zal worden. Waarschijnlijk zullen veel economen zeggen dat die groene economie helemaal geen economie is. Dat is het denk ik ook niet, eerder een nieuw paradigma.

De Wikipedia-definitie van een groene economie is niet radicaal genoeg wat mij betreft. Ik denk dat ik het voortaan maar zo zeg:

Een groene economie is geen economie, maar een cultuur.

Er wordt her en der al aan alternatieven gewerkt: KleureneconomieSpullen Delen, HEC, LETSWeggeefwinkels enzovoort. Ook hier geldt weer: diversiteit is goed. Een monetaire monocultuur is niet duurzaam.

Reacties zijn welkom.

The following two tabs change content below.

Marc Siepman

Ik geef cursussen en lezingen en ik schrijf en vertaal .

Laatste berichten van Marc Siepman (toon alles)